Egbert-Jan Weeber (1981) ontwikkelde al vroeg een passie voor acteren. Op veertienjarige leeftijd begon hij aan de vooropleiding Theater in Groningen en vanaf die tijd stond hij veelvuldig op het toneel.
Overigens wist hij tussen het acteren door ook nog zijn middelbare school af te maken.
Al snel maakte hij zijn televisiedebuut. Hij speelde in de series "Finals" en "Wet en Waan". Daarna volgde het witte doek, met onder meer hoofdrollen in "Van God Los" en "Oesters van Nam Kee". In 2005 speelde hij in de films "Eilandgasten" en "Flirt". Een jaar later maakte hij zijn internationale filmdebuut in de Duitstalige film "Vivere". Ook heeft hij een rol in "Het leven uit een dag" (2009).
Egbert-Jan werd genomineerd voor twee Gouden Kalfbeelden, waarvan één voor een de rol in "Uitgesloten" die hij als achttienjarige vertolkte. Ook kreeg hij een nominatie voor een Gouden Beeld.
Op 3FM presenteerde hij wekelijks een radioprogramma. In zijn vrije tijd is hij dj en is hij druk bezig zijn muzikale vaardigheden verder te ontwikkelen.
In 2006 was Egbert-Jan te zien in de theaterstukken "Uit liefde" en in "Jan Rap & z'n Maat", geregisseerd door De Vloer Op-regisseur Peter de Baan.
Waar haal je je inspiratie vandaan als je improviseert?
Alles draait om fantasie. Net als kinderen doen eigenlijk. Gewoon helemaal opgaan in je eigen wereld. Bij De Vloer Op spelen we ook. Ik vind het geweldig om mensen in de war te maken, om een illusie te creëren.
Hoe bereid je je voor op een scène?
Niemand weet wat de opdrachten zullen zijn, dus niemand kanzich voorbereiden. De eerste keren was ik wel behoorlijk zenuwachtig. Spelen met al die grote acteurs; ik vond dat best eng.
Wanneer ben je het meest verrast bij De Vloer Op?
Ik word vaak verrast bij improvisaties van anderen. Bijvoorbeeld bij die van Pierre Bokma. Hij betrekt er vaak van alles bij wat buiten hemzelf staat: hij zwaait naar mensen in het ziekenhuis - die er in het echt niet zijn -, of begint over de apen te praten in Artis en wijst naar ze. Dat vind ik echt van verbijsterende kwaliteit.
En wat ging er minder?
Soms ben ik wel eens geneigd om alleen het drama op te zoeken, met als risico dat er niets gebeurt. In een van de scènes moest iemand me vertellen dat hij mijn vader niet was. Ik speelde alleen het drama, maar wist niet wat ik verder moest zeggen. Ik heb geleerd dat je dingen zo lang mogelijk uit moet spelen, met omwegen en alles erop en eraan, anders is het verhaal zo afgelopen.
Op welke vaardigheid val je altijd terug?
De gedachte dat alles kan en alles mag. Daarmee geef je plaats aan je fantasie. En dat is ook meteen het succes van improvisatietheater: het publiek krijgt een inkijkje in de verbeeldingskracht van de acteurs en de magie van het moment.