Mimoun Oaïssa (1975) is de bedenker en hoofdrolspeler van "Shouf Shouf Habibi!", de best bezochte film van 2004.
Voor de opvolger, "Het Schnitzelparadijs", won Mimoun samen met een aantal mannelijke collega"s een Gouden Kalf voor hun rol als keukenmedewerkers.
Mimoun, geboren in Marokko en op jonge leeftijd verhuisd naar Nederland, studeerde in 1999 af aan de Toneelschool Amsterdam. Daarna volgde hij acteerworkshops in New York en kwam hij bij Toneelgroep Amsterdam.
Daarna volgden rollen in onder andere de kinderfilm "Polleke", in "Kicks" en in "Amsterdam" (2008).
Op tv acteerde hij in series als "Najib en Julia", "Russen", "Het Klokhuis", "Costa" en "Spangen". Van "Shouf Shouf Habibi!" werd een tv-serie gemaakt waarin Mimoun tevens speelde.
Houd jij je zenuwen een beetje onder controle bij improviseren?
Vroeger was ik behept met een ongelooflijke roekeloosheid, waarmee ik soms in de meest vreselijke situaties belandde. Dan stond ik daar bij een open avond op de toneelschool achter de microfoon. Ik had ik geen idee wat ik moest zeggen. De zaal was doodstil. Maar de volgende dag ging ik wéér en verliep het wel goed. Bang was ik niet, ik vond dat ik op de toneelschool zat om te leren. Je wordt gaandeweg wel voorzichtiger, wat wel jammer is.
Wat betekent deze vorm van acteren voor jou?
Op de toneelschool vond ik dit onderdeel altijd het leukste. Dat je iets gaat doen wat tot aan het moment van spelen nog totaal onbekend is, vind ik uitdagend. Vooral dat grappig en gek doen, het komedieachtige, maakt het zo leuk.
Het levendig houden van een verhaal komt bij improviseren het beste tot uiting. Het is als een voetbalwedstrijd: er zijn altijd dezelfde regels, maar hoe het loopt is elke keer weer een verrassing.
Waar haal je je inspiratie vandaan?
Het zal wel uit mijn rare jeugd komen. Nee hoor, ik haal het vooral uit het samenspel. Het is alsof je met z'n tweeën in een auto met twee sturen zit. Soms bepaalt de een de richting en soms de ander. En af en toe gebeurt het dat je allebei heel erg enthousiast een andere richting op gaat en de auto, de scène dus, eigenlijk nergens naartoe gaat. Maar zelfs uit de chaos die daaruit ontstaat kun je nog wel wat maken als beiden zich maar realiseren dat er een chaos is gecreëerd.
Wat is de kunst van het improviseren?
Om de scène elk moment open te houden en alle kanten op te kunnen en tegelijkertijd toch een richting op te gaan met alle acteurs.
Welke scène ging er echt heel goed in De Vloer Op?
Met Carly Wijs speelde ik in Burgemeester in nood. Ik trainde haar voor een speech die zij voor allochtone jongeren zou houden. Ineens dacht ik: 'Ik moet het omdraaien en overdrijven.' Dus haar vertellen veel strenger voor die jongeren te zijn, dan ze zelf had kunnen vermoeden. Carly voelde dat goed aan en werd hoe langer hoe meer een ontzettend onzekere burgemeester. En hoe onzekerder zij werd, hoe fanatieker ik mij gedroeg en andersom.
Foto: Marco Bakker