Mohammed  Azaay

Mohammed Azaay

Mohammed Azaay (1976) is geboren in Tetuan, Marokko. Op jonge leeftijd verhuist hij naar Nederland.

Na les te hebben gevolgd op het Individueel Voortgezet Kunstzinnig Onderwijs en op de vooropleiding voor de theaterschool, volgt Mohammed de toneelopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.

Mohammed is actief bij Muziek Theater, het Nationale Toneel en Toneelschuur producties. Hij debuteert in "De Vloer Op" in 2006.

Ook richt hij samen met Karim el Guennouni een eigen theatergezelschap op, De Varkensfabriek. In 2006 en 2007 staan zij op het toneel met "Spreekuur", de opvolger van hun eerste theaterprogramma "De Varkensfabriek" (geregisseerd door Leopold Witte). De acteurs spelen uiteenlopende rollen in een razendsnel cabaretesk stuk vol slapstick, stand-up comedy, zang en muziek.

Zijn eerste filmervaring doet Mohammed op bij "De Boekverfilming" van regisseur Eddy Terstal. Verder speelt hij onder andere in "Lek", in de dramafilm "Impasse", in "Offers" van Dana Nechustan en in "Dennis P."

Op televisie vertolkt hij de rol van Mo in de comedyserie "Bradaz" en heeft hij een hoofdrol in de dramaserie "Hallo Holland".

Met Toneelgroep Amsterdam en de Toneelschuur staat hij in 2008 in het theater met "A streetcar named desire".

 

INTERVIEW

'Ik werd meteen op mijn bek gepakt'

Mohammed Azaay

Je debuteerde in 2006 bij De Vloer Op. Beschrijf eens je eerste scène.
Ik werd meteen op mijn bek gepakt door Margôt in de scène Liefs uit Marokko. Ik schrok me te pletter.

Wat zijn de do's en don'ts bij improviseren?
Ik probeer het verhaal spannend te houden. Als acteur moet je trouw blijven aan de opdracht, maar tegelijkertijd zelf invulling geven aan veel dingen. Er is nog geen verhaal, maar je maakt samen wel een verhaal. Een acteur moet natuurlijk niet doen aan spelontkenning. Verras elkaar en wees alert.

Wanneer heb jij een tegenspeler het meest verrast?
In de scène Weerzien mocht ik met Pierre Bokma spelen. Ik keek natuurlijk enorm tegen hem op. Van de tafel met rekwisieten had ik een wapen meegenomen, dat had hij niet gezien. We gaven elkaar de ruimte en zo werd het een mooie scène, in evenwicht en niet hilarisch. Dit vond ik de mooiste scène die ik in "De Vloer Op" mocht spelen.

Moet elke acteur kunnen improviseren?
Ja. Stel dat een acteur in een toneelstuk met een vaste tekst een black-out krijgt, dan moet hij of zij dat toch kunnen opvangen

Met wie zou jij wel eens de vloer op willen?
Met Jim Carrey. Die man is zo gek als een deur. Het lijkt me heel moeilijk om met hem te improviseren, hij kan het als geen ander en laat zijn tegenspelers alle hoeken van de kamer zien. Hij doet dat volgens mij in elke film; ook al is er een script, hij gooit er zelf nog een schep bovenop.

Foto: Manon van der Zwaal

Ze kunnen zoveel tegenwoordig. Misschien een donorlip?
Stefan de Walle, Chaos beneden

TEGENSPELERS

Humanistische Omroep, Hilversum © 2010