Na haar studie aan de Toneel Academie Maastricht, die ze in 1990 afrondde, speelde Carly Wijs bij verschillende gezelschappen, waaronder Needcompany, Ro Theater, Nederlands Toneel Gent en het Zuidelijk Toneel.
In 1998 en 2000 maakte ze met De Onderneming de voorstelling "Het dikke schrift" en "Het bewijs", waarmee ze onder meer tourde langs The Edinburgh Festival, Dublin Theatre Festival en Toronto Waterfront Festival.
Carly had verscheidene rollen in televisieseries, zoals in "Pleidooi" en "Oud Geld". Zij speelde verder in "Zwarte Sneeuw", "Baantjer" en "Schoon Goed". Ze vertolkte de rol van Ruth Goslar in de Amerikaanse televisieserie "Anne Frank, the whole story".
In 2002 speelde ze onder regie van Willem van de Sande Bakhuyzen in de driedelige serie "De Enclave" en deed ze voor het eerst mee aan "De Vloer Op".
Ook is Carly te zien in verscheidene films, zoals recentelijk in "Alles is Liefde" en "Moordwijven". In 1997 was ze Rebecca in "Rescuers II" van Paramount. Drie jaar later speelde ze in de door Dick Maas geregisseerde speelfilm "Down", in "Amnesia" en in 2002 had zij een bijrol in de Amerikaanse televisiefilm "Girl in Hyacinth Blue".

Wanneer werd je het meest verrast?
Met Gijs Scholten van Aschat speelde ik in 2004 een scène waarin hij mij moest verleiden. Hij schonk als donor zijn hart aan zijn zoon en zou dus overlijden. Opeens sloeg ik hem al zijn wapens voor deze scène uit handen. Ik zag hem denken: jij rotwijf. En daarna ging hij er geniaal op in.
Wat zijn de do's en don'ts bij improviseren?
Je moet met een zo open mogelijke houding de vloer op gaan, dus flexibel zijn en geen vastomlijnde plannen hebben. Het is net als met een potje tennis: over de eerste slag kan je nog wel een idee hebben waar je de bal wilt plaatsen. Maar daarna moet je het uit handen geven en eerst afwachten hoe de bal teugkomt voordat jij weer aan zet bent.
Wat herinner jij je van de eerste keer De Vloer Op?
In de week voorafgaand aan mijn eerste optreden woonde ik alvast een opname bij. Toen zag ik hoe leuk en spannend het was; zowel publiek als acteurs weten niet welke kant de scenes opgaan. Dat vond ik tegelijk ook doodeng. Later werden het gezonde zenuwen. Improviseren is onvoorspelbaar, dus geef ik me daar maar aan over.
Wat zijn de do's en don'ts bij improviseren?
Je moet met een zo open mogelijke houding de vloer op gaan, dus flexibel zijn en geen vastomlijnde plannen hebben. Het is net als met een potje tennis: over de eerste slag kan je nog wel een idee hebben waar je de bal wilt plaatsen. Maar daarna moet je het uit handen geven en eerst afwachten hoe de bal teugkomt voordat jij weer aan zet bent.
Wat ging er minder?
In seizoen 2006 speelden Gijs Scholten van Aschat en ik een scène in een achterstandsbuurt. Ik dacht: kat in het bakkie. Nou, mooi niet dus. Dit is dus ook niet uitgezonden. Maar ook al mislukt het, voor het publiek blijft het spannend om ernaar te kijken.
Waar zit jouw talent bij improviseren?
Ik praat nogal makkelijk. Ik begin te lullen en houd pas op als je me slaat. Dat is ook meteen mijn zwakte, want daarmee word ik ook erg rationeel. Ik ben een enorme krantenlezer, vertel dan ook allerlei feiten. Soms moet ik mezelf dwingen om wat meer emotioneel te reageren.