Gijs  Naber

Gijs Naber

Gijs Naber studeerde in 2003 af aan de Toneelschool in Maastricht, waarna hij diverse rollen had bij onder andere Zuidelijk Toneel, Paradiso/Melkweg Productiehuis en vervolgens het RO Theater.

Met dat laatste gezelschap was hij bijvoorbeeld te zien in "Lang en gelukkig" en "Romeo en Julia". In 2009 staat hij in de voorstelling "Een cowboy met zijn handen omhoog juicht waarschijnlijk niet".

Gijs speelde onder andere in de films "Zwartboek", "Zomerhitte" en "Het leven uit een dag" (2009). Hij had bijrollen in "Johan", "06-05" en "Cool".

Op tv is hij te zien in "Annie M.G." (2009), "De co-assistent" en "Spoorloos verdwenen".

Ook stond Gijs op de Parade, onder andere in "De achterbankgeneratie" en in "Slippertje op 't nippertje" van het collectief De Warme Winkel.

Gijs debuteerde in 2007 bij "De Vloer Op".

INTERVIEW

'Ik begroef gestolen onderbroeken in het park'

Gijs Naber


Hoe bereid jij je voor op een opname van De Vloer Op?
Ik heb een paar oude afleveringen bekeken, om alvast wat van de sfeer en de plaats van de opname te voelen. Verder kan je van tevoren niet veel doen.

Wat vind je het moeilijkste aan het improviseren bij dit programma?
Soms lijkt het alsof een scène heel saai wordt. Dan moet je er op vertrouwen dat het goed komt, dat er wel weer inspiratie komt om het tot een mooi einde te brengen.

Waar haal jij je inspiratie vandaan?
Uit de anderen met wie ik speel. Het ontstaat door elkaar de ruimte te geven, door soms een stapje terug te doen en op een ander moment juist ergens op in te gaan. Als ik één tegenspeler heb, gaat dat het beste. Met vier of vijf mensen om me heen wordt het moeilijker.

Wat vond je de moeilijkste opdracht tot nu toe?
De boksscène die ik met Jacob Derwig speelde. Daarbij vroeg ik me echt af: hoe ga ik dit in godsnaam spelen? Uiteindelijk, heb ik geleerd, kom je er vanzelf wel in. Je moet de rust en het vertrouwen houden dat het goed komt.

Doe je vaak aan improvisaties?
Ik vind het een ideale manier om verder te komen bij repetities; je kunt even je tekst loslaten en zo kom je op andere ideeën. Improviseren geeft kleur aan een tekst. Overigens hoeft niet elke acteur het te kunnen. Sommigespelershebben juist meer richting nodig.

Waar zit jouw talent bij improviseren?
Ik doe vaak direct wat er in me opkomt, ik schakel snel. Zo herinner ik me een scène met Lies Visschedijk waarin ik zei dat ik gestolen onderbroeken had begraven in het park. Geen idee waar dat vandaan komt.

Maar jij ziet er ook uit alsof je vijftig wordt. Ik heb dat gewoon niet.
Leopold Witte, 50

TEGENSPELERS

Humanistische Omroep, Hilversum © 2010