Sophie van Winden

Sophie van Winden

Lees meer over Sophie van Winden. 

 

SCÈNES

LINKS

TOP 10 ACTEURS

INTERVIEW

'Dan weet je dat je niet sterft ter plekke.'

Sophie van Windenfoto: Leo van Velzen 

Beschrijf eens je eerste scène.
Dat was met Stefan in ‘Oppas’. Ik was vrij gespannen en benieuwd naar de opdracht van Peter. Toen ik die hoorde zag ik heel kort voor me hoe zo’n scène zou kunnen gaan. Het lag voor de hand natuurlijk dat in dit geval de oppas de sterkere persoon zou zijn. Maar ik gebruikte mijn eigen zenuwen en zette een heel onzeker en nerveus meisje neer. Dat ik dat durfde verraste mezelf nog wel het meest.

Was je zenuwachtig van tevoren?
Ik was eigenlijk best rustig. De aanwezigheid van het publiek en het feit dat ik voor het eerst hier de vloer op ging maakte het wel enigszins spannend, maar het was een positieve spanning. Omdat ik het tegelijkertijd zo leuk vond.
Na de eerste scène was die spanning minder. Dan weet je dat je niet sterft ter plekke en het dus best nog een keer kunt doen.


Hoe bereid je je voor op een scène?
Er is niet veel tijd om je voor te bereiden. Er zit hooguit een halve minuut tussen het horen van de opdracht en het beginnen met spelen. Je kunt gewoon het beste al je zintuigen openstellen. Ontvankelijk zijn. En rustig proberen te zien wat er gebeurt. Belangrijk is je zoveel mogelijk te concentreren. Daardoor kun je je optimaal openstellen.

Wat zijn de do's en dont's bij improviseren?
Don’t:
Niet van tevoren de richting al bepalen. Je moet geen vooropgesteld plan hebben want dan kan je niet genoeg openstaan, niet genoeg reageren op de ander.
Do: 
Het allerbelangrijkste bij improviseren is het reageren op wat de ander aangeeft. Je moet niet proberen jezelf te censureren, maar je impulsen durven volgen.
Op de Toneelschool hebben we wel improvisatieblokken gehad, maar zoals bij De Vloer Op deed het me het meest denken aan hoe ik als kind speelde. Als kind fantaseerde ik al veel en bedacht ik allerlei verhaaltjes. Dat ik naar de Toneelschool wilde was al vroeg duidelijk.
De Vloer Op komt het meest in de buurt bij het spelen zoals ik dat als kind deed. Bij waar het allemaal vandaan komt.

Wanneer heb jij je tegenspeler het meest verrast?
Ik denk met mijn binnenkomst in de scène ‘Oppas’. Daar kwam niet een sterke vrouw binnen, maar een nog banger en eenzamer figuur dan Stefan had opgekregen te gaan spelen. Daardoor ontstond er even een nerveuze en ongemakkelijke situatie.

Wanneer werd je het meest verrast door je tegenspeler?
Ik vond Stefan heel erg aandoenlijk en het feit dat hij mij zo liefdevol benaderde, zorgde ervoor dat er geen conflict kwam, maar we juist toenadering zochten tot elkaar. Hij verraste me door met weinig woorden maar met een duidelijke blik de scène een mooie kant op te sturen.

Moet elke acteur kunnen improviseren?
Het feit dat er hele begenadigde acteurs (M/V) zijn met een hekel aan improviseren bewijst dat het geen voorwaarde is voor het goed kunnen acteren. Bovendien zit een aantal van de basisprincipes van improvisatie – samenspelen, reageren op je tegenspeler, het volgen van je impulsen – ook in ‘gewone’ toneelproducties. Die moet je als acteur dus sowieso onder de knie hebben.
Voor mezelf vind ik het belangrijk om het spelen in de meest letterlijke zin van het woord niet te verliezen. Daarom is het goed om af en toe te improviseren.

Met wie zou jij wel eens de vloer op willen?
Met Pierre! Dat lijkt mij het allerspannendst. Hij is echt een van de besten en ik heb nog nooit met hem gespeeld. Hij kan enorm goed leiden en het lijkt mij spannend om te ontdekken of ik het zou aandurven om het initiatief te nemen. Het zou natuurlijk geweldig zijn om hem te verrassen.

Waar haal je je inspiratie vandaan als je improviseert?
Vooral uit wat de ander aangeeft. Je moet zoveel mogelijk gebruiken van wat zich aandient. En uit mijn eigen fantasie. Ook de tafel met rekwisieten is soms een bron van inspiratie. Op het moment dat ik die helm zag liggen kwam de gedachte op: Hé, ik ben ook bang.

Wat is jouw talent bij improviseren?
Dat ik er zelf zo’n lol in heb, denk ik. Ik kan er enorm van genieten om samen met iemand een verhaaltje te maken.

Wat zijn de valkuilen bij improviseren?
Vooral dat je teveel wilt doen. Dat je denkt: het moet leuk zijn en je een heleboel dingen van de tafel pakt. Terwijl het ook erg spannend en leuk kan zijn om elkaar alleen maar aan te kijken en dan zien wat er ontstaat.

 

Maar jij ziet er ook uit alsof je vijftig wordt. Ik heb dat gewoon niet.
Leopold Witte, 50

TEGENSPELERS

Humanistische Omroep, Hilversum © 2013